| Dag 1 |
|
Dag van de dekking, spermacellen migreren door de baarmoederhals. |
| Dag 2 |
|
Het sperma zoekt naar gerijpte eicellen. |
| Dag 3-4 |
|
De spermacellen bereiken de eicellen in de eileiders. |
| Dag 5-13 |
|
De bevruchting vindt plaats in de eileiders. De bevruchte eicellen migreren door de eileiders naar de beide baarmoederhoorns. Gedurende deze migratie groeien de eicellen uit tot kiemblazen (blastocyten). |
| Dag 14-16 |
|
De blastocyten nestelen zich in de baarmoederwand, waar ze zullen uitgroeien tot embryo's. |
| Dag 17 |
|
De komende twee weken zullen de belangrijkste organen zich bij de embryo's ontwikkelen. |
| Dag 18-19 |
|
De blastocyten nestelen zich in de baarmoeder, de tepels van de teef kunnen groter worden. |
| Dag 20 |
|
Gedurende deze en komende week zullen de belangrijkste organen zich bij de embryo's ontwikkelen. Door de hormonale veranderingen in haar lichaam kan de teef soms wat misselijk of lusteloos zijn. |
| Dag 21-22 |
|
De teef kan vanuit de vulva wat taai slijm afscheiden, dit kan een indicatie zijn van graviditeit (dracht). |
| Dag 25 |
|
Iemand met ervaring kan door voorzichtig bij de teef voelen vaststellen of er zich vruchtblazen in de baarmoederhoorns bevinden. De ogen en zenuwbanen in het ruggemerg van de embryo's zijn aangelegd. In dit stadium zijn de embryo's zeer gevoelig voor afwijkingen. |
| Dag 28 |
|
Dit is het beste moment om middels een echo vast te stellen of de teef drachtig is. De embryo's hebben nu het formaat van een walnoot. Een echo is een niet-invasieve manier om vast te stellen of de teef drachtig is, maar nauwkeurig bepalen hoeveel embryo's de teef draagt is met een echo niet goed mogelijk. |
| Dag 30 |
|
Snorharen en nagels beginnen zich bij de embryo's te ontwikkelen. De teef kan behoefte krijgen aan meer eten, men moet echter oppassen de teef niet te dik te laten worden, omdat dit problemen tijdens de bevalling kan opleveren. |
Dag 32
|
|
De foetus is inmiddels een volledig ontwikkeld miniatuurhondje geworden. |
| Dag 33-34 |
|
De teef begint nu zichtbaar in gewicht toe te nemen, de foetussen beginnen zich te draaien, en tepels en vulva beginnen iets op te zetten. |
| Dag 35-43 |
|
De buik van de teef wordt dikker. |
| Dag 44-48 |
|
Het ontwikkelen van de organen van de foetussen is voltooid, en ze zien er inmiddels als kleine hondjes uit. Het hoofdje is van de romp te onderscheiden, het geslacht is bepaald en de huidskleur begint zich te ontwikkelen. Met een stethoscoop is de hartslag van de pups nu hoorbaar. De tepels van de teef worden donkerder van kleur en zwellen nog iets meer op. Het wordt steeds makkelijker om de pups te voelen, maar tellen op basis van voelen wordt moeilijker. |
| Dag 49-52 |
|
Het skelet van de pups begint steviger te worden, ze zijn nu af en toe tegen de buikwand te voelen, maar tellen is nu niet meer mogelijk. De melkpakketten van de teef beginnen nu echt op te zetten. |
| Dag 53-56 |
|
De melkklieren van de teef raken opgezwollen, en de teef begint onrustig te worden en op zoek te gaan naar een goede en veilige plek om haar pups te kunnen krijgen. De fokker moet daarom zorgen dat er een rustige plek beschikbaar is gemaakt voor de teef, en heeft als het goed is de werpkist al enige tijd klaarstaan zodat de teef er alvast aan heeft kunnen wennen. Het bewegen van de pups is nu niet alleen voelbaar, maar ook zichtbaar tegen de buikwand van de teef. Omdat de pups nu veel ruimte in de buik innemen kan het voor de teef fijner zijn om meerdere keren een kleine maaltijd te kunnen eten. |
| Dag 57 |
|
Er kan melk uit de tepels komen. |
| Dag 58-61 |
|
De normale lichaamstemperatuur van een hond schommelt tussen de 37,5 en 39,4 graden. De lichaamstemperatuur van de teef begint in de aanloop naar de partus (bevalling) te schommelen, en 24 uur voordat de pups geboren worden vindt er vaak een daling van enkele graden plaats. Om een indicatie te hebben van wanneer de pups gaan komen kan men gaan temperaturen.
Echter, nadat de temperatuur gezakt is, zal hij ook weer gaan stijgen.
Het is dus zeer goed mogelijk dat men de grootste temperatuurdaling mist.
Wijzelf temperaturen onze teven niet, we vinden het teveel onrust voor onze teven, en kijken meer naar de vele andere signalen die de teef afgeeft. |
| Dag 62-63 |
|
De gemiddelde draagtijd van een hond is 62/63 dagen, met schommelingen van 59 tot 66 dagen. Pups die voor de 59e dag geboren worden zijn meestal nog te prematuur om te overleven.
Er zijn meer indicaties dan temperatuurdaling dat de bevalling op handen is, zoals onrustig gedrag en hijgen als gevolg van weeën. Wanneer de teef echt veel aan haar vulva begint te likken zal het niet lang meer duren voordat de pups komen. |
| |
|
|
| Tijdens de geboorte |
|
Terwijl de teef aan het bevallen is zorgen wij dat we er bij zijn, en kunnen helpen als het nodig is. We proberen echter zo min mogelijk in te grijpen. De Cesky fousek is een hond die nog erg dicht bij de natuur staat, en aan het moederinstinct mankeert doorgaans vrij weinig. Onze teven weten zelf vaak het beste hoe ze het hebben willen. |
| |
|
|
| Na de geboorte |
|
De eerste paar dagen, waarin de pups het kwetsbaarst zijn houden we de deur gesloten voor bezoek. We hebben gemerkt dat onze teven het niet prettig vinden als er teveel drukte in huis is. Om die reden wachten
we tot de pups hun ogen open hebben voordat we bezoek ontvangen. |